Van Indië tot Indonesië Slotfestival, 11/01/2007
Verslag dag- en avondprogramma's 11 januari 2007
Winternachten Den Haag / ‘Van Indië tot Indonesië’ Slotfestival
Susan Deurloo, Stichting Pelita
Waarom het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) de eindresultaten van het onderzoeksprogramma ‘Van Indië tot Indonesië’ tijdens het Internationaal Literatuurfestival Winternachten presenteert? Remco Raben, één van de bedenkers van het onderzoeksprogramma is er duidelijk over: “Vaak is kunst nodig om te begrijpen”.
Een impressie van een dag vol lezingen, filmfragmenten en gesprekken…
De filmbeelden lijken voor zich te spreken: de soevereiniteitsoverdracht, koningin Wilhelmina die het volk toespreekt, het neerhalen van de Nederlandse vlag, het hijsen van de Indonesische tweekleur, Soekarno die de Republik Indonesia uitroept… De kern van het onderzoeksprogramma ‘Van Indië tot Indonesië’ in een paar minuten samengevat? Nee, blijkt al snel. Dekolonisatie is een proces en veel meer dan een aantal indrukwekkende historische momenten.
Dat betekent dat het onderzoeksprogramma van het NIOD veel verder strekt dan het vertrek van Nederlanders uit Indonesië. Want, zo wordt gaande de dag duidelijk: dekolonisatie gaat gepaard met modernisering van de samenleving.
Van Javasche Bank tot Bank Indonesia
Hoe pasten de Indonesiërs en de Nederlanders zich aan de nieuwe situatie aan? Wat betekende de dekolonisatie voor bedrijven, de werknemers, de arbeidsverhoudingen en de economie in het algemeen? Historicus Thomas Lindblad geeft een korte schets van de situatie: de jaren ’50 geldt als een moeilijke tijd in Indonesië, maar het was tevens een periode van vele mogelijkheden. In 1957 werden bedrijven formeel genationaliseerd. De arbeidsomstandigheden veranderden radicaal: vakbonden werden opgericht, looneisen werden ingediend. Nederlandse bedrijven stonden voor de keuze: weggaan of blijven en aanpassen aan de nieuwe situatie. De meeste bedrijven bleven omdat het economisch gezien elders vaak niet veel beter ging en ook vanwege het geloof dat de Nederlandse ondernemingen nodig waren voor de Indonesische economie. Een moeizame tijd volgde en historicus Lindblad kan niet anders dan concluderen dat zowel aan Nederlandse als aan Indonesische kant een hoge prijs is betaald voor de dekolonisatie.
Alle ins en outs hierover kunt u in de loop van dit jaar tegemoet zien, nadat wij een uitgebreid gesprek met deze historicus hebben gehad en zijn onderzoek hebben bestudeerd.
Financiële perkara’s
Na Lindblad was het woord aan de onderzoekers Hans Meijer en Peter Keppy. Zij spraken over hun onderzoeken omtrent de achterstallige ambtenarensalarissen, materiële oorlogsschade en rechtsherstel, onderwerpen die de afgelopen dagen ook in de media aan de orde waren.
Macht en geweld
Een ander onderzoek uit het programma ‘Van Indië tot Indonesië’ is dat van Robert Cribb over de relaties tussen geweld en politiek in de snel veranderende situatie na de Tweede Wereldoorlog. De Australische historicus vertelt over de oorsprong van het Indonesische geweld tijdens de Bersiap-periode. Van Nederlandse zijde is dit vaak toegeschreven aan Japanse intimidatie, maar daarbij wordt voorbij gegaan aan zaken als pluralisme in het rechtssysteem, de traagheid van de koloniale samenleving waardoor de Indonesische bevolking alsmaar moest wachten om iets voor elkaar te krijgen, het machtsvacuüm in 1945 en criminaliteit in het algemeen. Omdat het geweld het gevolg was een aantal aparte punten, besluit Cribb hoopvol, dat het een situatie is die niet tot in het oneindige voortduurt.
Stadsgezichten
Laatste presentatie van het dagprogramma behelst het onderzoek naar het straatbeeld en het stadslandschap in de veranderende samenleving. In de stad is dekolonisatie goed te bestuderen, aldus de onderzoekers – onder leiding van Freek Colombijn en Bambang Purwanto. Dit omdat de stad een kweekvijver is van de revolutie en het centrum van de macht. Gebouwen kregen andere functies, huizen en grond wisselden van eigenaar.
Art Deko(lonisatie)
Het avondprogramma Art Deko(lonisatie) kenmerkte zich door films, muziek en toneel. De film ‘Oud en nieuw in Indonesië’ beleefde min of meer zijn première. Deze film uit 1947 is nooit eerder vertoond, omdat hij door de Nederlandse filmkeuring niet werd toegelaten voor openbare vertoning.
De producenten van de film waren het weekblad Vrij Nederland en de Vereniging Nederland-Indonesië. Deze vereniging had een duidelijk streven: ‘een factische en definitieve opheffing van de koloniale status en een volledig ernstig nemen van het Indonesische volk als een gelijkwaardige en vrijwillige partner’. Om een tegenwicht te bieden tegen de ‘andere mening’ die in Nederland heerste – Indië verloren rampspoed geboren, met name gepropageerd door de rechtervleugel in de politiek – wilden Vrij Nederland en de Vereniging Nederland-Indonesië een film maken om het Nederlandse volk te tonen hoe de situatie werkelijk was. Althans, dat was de verwachting.
De leden van de filmkeuring zaten in 1947 behoorlijk in hun maag met deze film. Zij vroegen advies aan het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen en in het verkregen antwoord staat ondermeer dat de film ‘tendentieus en pro-republikeins en dus propagandistisch van opzet is’. Verder achtte het ministerie ‘vertoning van deze film in deze vorm en in deze tijd inopportuun en ongewenst, aangezien zij zeker zeer scherpe reacties zal opwekken.’
Niet verwonderlijk, deze reactie van het ministerie, de brief is gedateerd vijf dagen ná het begin van de eerste politionele actie. De film werd dan ook afgekeurd…
Interessant zijn ook de beelden uit bioscoopjournaals uit 1945. Want hoewel ook in die periode een internationale uitwisseling van beeldmateriaal bestond, krijgt het Nederlandse bioscooppubliek een compleet ander journaal te zien dan de versie die in Engeland werd vertoond. Blijkbaar was het nog niet de bedoeling dat het Nederlandse publiek te weten kwam hoe de situatie in Indonesië op dat moment werkelijk was.
Van film naar toneel… Uit het verhaal ‘Kasim’ van de Indonesische schrijver en dichter Sitor Situmorang blijkt wederom dat niet alles zo zwart/wit is als het soms lijkt en uit het spel van acteur Martijn Apituley – die een gentleman bandiet speelt – komt ook duidelijk naar voren dat wat nu als goed en fout wordt betiteld nog helemaal niet zo eenvoudig lag in een door oorlog verscheurd land.
Toneel, film, muziek… Kunst als middel om te begrijpen ...