Van Indië tot Indonesië Slotfestival, 11/01/2007


Vorige pagina

Sitor Situmorang: gedichten en kort verhaal

De Indonesische schrijver en dichter Sitor Situmorang las in het avondprogramma op 11 januari 2007 fragmenten voor uit zijn korte verhaal 'Kasim', over een kleine ambtenaar die weigert onder de Japanse bezetter zijn functie uit te oefenen, maar voor wie geen plaats blijkt te zijn in het onafhankelijke Indonesië. De twee gedichten voorgedragen door Sitor - 'Bukan Pura Besakih' en 'In-communicado (Sandera)' - vulden het programmablok rondom het thema 'Goed en Fout' aan. De Jakarta Street Band zette Sitors gedicht 'A Tale of Two Continents' op muziek en bracht het lied in de grote zaal ten gehore.

Sitor Situmorang met de leden van de Jakarta Street Band na het spelen van het lied 'A Tale of Two Continent's. Foto Barbara Brouwer.

 

Sitor Situmorang leest voor uit zijn verhaal 'Kasim' in het programma Goed en Fout in Art Deko(lonisatie) op donderdag 11 januari in Theater aan het Spui in Den Haag tijdens Winternachten 2007. 
© Winternachten 2007/Serge Ligtenberg 

Kasim

Vertaler Kees Snoek

Kasim was een gewone sterveling. Hij deelde dan ook in de algemene vreugde en het enthousiasme toen vijf jaar geleden op 17 augustus werd afgekondigd dat Indonesië vrij was. En hij voelde zich werkelijk vrij, allereerst tegenover Japan. Tegenover zijn chef Takeoetji, die hem eens een optater had gegeven, in zijn gezicht. Ten tweede tegenover de Nederlanders, die tegelijk met het Britse leger waren gekomen. Hij had vroeger nog onder Nederlanders gediend. Ten derde voelde hij zich vrij tegenover zijn vrouw, vooral sinds hij in de voorhoede van zijn kampong had meegeholpen puntige bamboestokken te sjouwen. Voordien had zijn vrouw hem (dacht hij) beschouwd als een nutteloos persoontje. Tientallen mensen zouden hem als klerk op het kantoor voor de Statistiek zo kunnen vervangen. Hij vermoedde dat zijn vrouw vooral na de komst van de Japanners zo over hem was gaan denken, toen hij zich niet aan de nieuwe tijd had aangepast, dus geen zwarthandelaar was geworden.

 

Het kwam Kasim nooit ter ore, dat er mensen waren die zeiden dat hij het als non-coöperator kon uithouden omdat hij in de tijd van de Republiek de kans had gegrepen om corruptie te plegen. Maar weer anderen waren van mening, dat hij een bekwaam zwarthandelaar was en dat hij daarom aan de kost kon komen. Ook al zou Kasim dit gehoord hebben, hij zou zich toch niet hebben verdedigd, want iedereen wist toch, dat hij klerk was geweest op het kantoor voor de Statistiek? Wat zou je nou van kantoor kunnen gappen? Hoogstens een potlood of een pen of schrijfmachinepapier. Het was wel waar dat hij in het begin, toen de kantoren van de Republiek nog functioneerden, vaak wat had meegenomen voor zijn kinderen of om aan de man te brengen. Hij voelde zich niet schuldig. Hij had niet het gevoel dat hij iets gedaan had dat in strijd was met de moraal. Zijn salaris was toch onder de maat? En de opbrengst van zijn kleine dieverijen was toch niet over de balk gegooid? Nee, het papier van kantoor dat hij verkocht voordat de Republiek zich in Jogja terugtrok, was bestemd voor de aanschaf van Dermatol voor de navel van zijn pasgeboren kind en blikjes gecondenseerde melk om zijn vrouw aan gezonde moedermelk te helpen.

 

Terwijl de onderhandelingen in Kalioerang zich voortsleepten en de hoge heren van de Republiek en van Nederland heen en weer vlogen tussen Jogja en Djakarta, koesterde hij geen verwachtingen meer. Maar hij had niet alle hoop opgegeven. Diep in zijn ziel leefde de overtuiging, dat alles op den duur in orde zou komen. Wannéér was de vraag, maar het zou zeker gebeuren. Wis en waarachtig. Vraag me niet verder. Geen flauw idee.

Eigenlijk had Kasim niet het gevoel dat hij iets bijzonders had gepresteerd, maar toen uit Jogja het bericht kwam dat de strijd van de non-coöperatieve ambtenaren beloond diende te worden, perste hij zijn lippen samen tot een scheef lachje terwijl hij een blik wierp op het huis van Soetedjo, ambtenaar bij Staatsspoor die in het gangetje aan de overkant woonde. Soetedjo was overgelopen. Soetedjo zat bij de NICA.

 

Kasim wachtte. Het moment brak aan dat het parlement geopend werd. Nu verliet Kasim zijn huis, want de opening was in de ochtend en de post kwam altijd ’s middags. Het was verboden om het erf te betreden van het parlementsgebouw op Djalan Sipajer. Dat gaf niets. Op Lapangan Singa zouden versterkers worden opgesteld, zodat hij daar ook de toespraak van de president kon horen. Deze keer wist hij niet waarover de president zou spreken.

 

Hij stond wat te mijmeren, maar hij schrok op toen hij het woord salaris hoorde. Hij spitste z’n oren. Zijn mond viel open en was als de mond van iemand die een enorme dorst heeft maar slechts druppels water opvangt. Eerst hoorde hij cijfers van de aantallen ambtenaren van de Federatie en de Republiek (zonder belang voor hem). Toen Boeng Karno het had over bezuinigingen, begon zijn hart hevig te kloppen. Ik hoor daar zeker niet bij, dacht hij. Verder hoorde hij het woord rationalisatie. Dat ging hem ook niet aan. Hij luisterde met toenemende concentratie. Duidelijk en hard klonk het geluid uit de luidsprekers (in zijn verwarring dacht hij op het laatst niet meer aan Boeng Karno).

Hij hoorde kreten als ‘kosten van de administratie per entrepot’ en ‘salarisregelingen voor ambtenaren van de Republiek’ (hij ging wat dichter bij de luidsprekers staan), vervolgens verstond hij de woorden ‘sociale rechtvaardigheid en niveau’ (daar snapte hij niets van). Dit werd weer gevolgd door diverse berekeningen en cijfers met veel nullen erachter. Daar had Kasim niets mee te maken, Kasim wachtte. Hij begreep er geen jota van, met geen mogelijkheid kon hij de berekeningen van Boeng Karno volgen. Hij was al jaren niet meer gewend om te rekenen.

Maar de redevoering ging door en Kasim luisterde. Toen de luidsprekers zeiden dat er geen salarisverhogingen verwacht konden worden, stemde Kasim daarmee in. Het ging er hem alleen maar om eerst een salaris te hèbben. Daarna bespraken de luidsprekers de verschillen tussen de salarissen van Nederlandse en Indonesische ambtenaren (Kasim kon zich daar niet mee verenigen, liet men hèm eerst maar een salaris toekennen.) Maar, aldus de luidsprekers, laat dit geen belemmering zijn! Hoewel de verschillen in salaris een bittere pil waren (dat klopt grammaticaal niet, dacht Kasim) voor de ambtenaren uit ons volk, moesten zij, evenals het volk in het algemeen, wederom dingen slikken die niet minder bitter zouden smaken! (Voordat ik hier naar toe kwam, heb ik al geslikt, dacht Kasim.) Het is immers zo, dat deze zaken niet vermeden kunnen worden. Ja, onze strijd is nog niet afgelopen en waar gestreden wordt vallen slachtoffers. (Slachtoffer Kasim, dacht Kasim.) In het bijzonder de ambtenaren die men non-coöperator placht te noemen en die langdurig hebben geleden en onder zware druk hebben geleefd, betuig ik thans nogmaals de grootste erkentelijkheid. (Kasim stootte zijn hoofd tegen de houten staak waaraan de luidsprekers hingen.) Uw namen zullen eeuwige roem verwerven. (Kasim rook zijn shirt dat hij al twee weken aan had.) De luidsprekers zwegen een ogenblik, vervolgens zeiden ze, met de intonatie die hoorde bij een andere stem: ‘Geachte vergadering!’.

Afgelopen? dacht Kasim. Ja, het probleem van de non-coöperatoren was afgehandeld. Het probleem van Kasim. De luidsprekers vroegen: welke wegen kunnen we voorts nog bewandelen om de tekorten aan de Republiek  te reduceren? Het is echt afgelopen, dacht Kasim. En wankelend stak hij de Lapangan Singa over, op weg naar huis.

 

Zijn lippen prevelden onophoudelijk: Uw naam zal eeuwige roem verwerven! Kasim was groot van ziel! Kasim was een groot mens! Boeng Karno was een groot mens! Westerling was een groot mens!

 

Zonder dat hij er erg in had, had hij Kalipasir bereikt, tegenover zijn huis, tegelijk met Soetedjo, de ambtenaar van de Staatsspoorwegen. En waarachtig, deze keer groette Soetedjo hem. ‘Merdeka, Boeng’, zei hij.

 

Gedichten

 

In-communicado (Sandera)

 

Sel hitam pekat.

Perkuncian berderak

dari sela pintu cahaya listrik

menusuk mata.

 

(di mesjid terdekat

azan magrib

baru lewat.)

 

Informan sipil melongok,

lalu menggoreskan korek,

memeriksa

apakah tahanannya ada

(di luar berkecamuk perang saudara)

 

Ia menyalakan lilin

sisa semalam

lalu tiba-tiba bertanya:

“Kamu, ya, Sitorsitumorang?”

 

Aku memandang lilin

membiasakan mata pada cahaya

dan nama itu mengiang

 

seperti nama satunya

di taman Firdaus

 

ketika Tuhan mencari

dan memanggil-manggil: Adam! Adam!

 

Di luar perang saudara

Sejarah menghitung korban

                            dan impian.

 

Antara informan dan saya

hanya cahaya lilin

dan jurang menganga

antara Tuhan

dan manusia pertama.

 

 

In-communicado (Gijzelaar)

 

De cel pikzwart.

Het slot knarst

door een deurspleet steekt

elektrisch licht in het oog.

 

(in de dichtsbijzijnde moskee

is het avondgebed

net voorbij).

 

De verklikker tuurt,

strijkt dan een lucifer af,

onderzoekt

of zijn gevangene er is

(buiten woedt de burgeroorlog)

 

Hij steekt een kaars aan

het stompje van de avond tevoren,

dan vraagt hij opeens:

“Jij bent het toch, hè, Sitorsitumorang?”

 

Ik kijk naar de kaars

gewen mijn ogen aan het licht

en de naam galmt na

 

als de naam van die ene

in het Paradijs

 

toen God hem zocht

en riep: Adam!, Adam!

 

Buiten: de burgeroorlog

De geschiedenis is een optelsom van slachtoffers

                                                       en dromen.

 

Tussen de wacht en mij

slechts kaarslicht

en de kloof die gaapt

tussen God

en de eerste mens.

 

Vertaler Kees Snoek

 

 

Bukan Pura Besakih

 

Daun kalender 197 ..

pembungkus singkong goreng

bergambar sebuah pura Bali,

pandangan burung terbang.

 

Sorga terakhir – dalam tatawarna offset.

Kulicinkan, lalu kutempelkan

di dinding sel.

 

Bagian dalam pura

mengingatkan lapangan dalam penjara,

terlihat dari pesawat terbang,

yang tiap 5 menit lintas

                            mendarat

Di lapangan internasional di sebelah utara.

 

Pura dan penjara –

Yang satu buat dewa-dewa,

Yang lain buat orang

seperti saya,

terlalu kepingin jelajah dunia.

 

 

 

 

 

Niet de Besakihtempel

 

Kalenderblad uit 197 ..

waarin de cassave gewikkeld zat

stelt een tempel op Bali voor,

in vogelvlucht gezien.

 

Laatste paradijs – in technicolor offset

Ik strijk hem glad, dan plak ik hem vast

aan de muur van de cel.

 

De binnenkant van de tempel

herinnert aan het gevangenisplein,

gezien vanuit een vliegtuig,

dat elke 5 minuten langs raast

                            en landt

op het internationale vliegveld aan de noordkant.

 

Tempel en gevang –

de een voor de goden

de ander voor mensen

als ik,

al te begerig de wereld te verkennen.

 

Vertaling Kees Snoek

 

The Tale of Two Continents

 

Satu rasa dua kematian

Satu kasih dua kesetian

Antara benua dan benua

Tertunggu rindu samudra

 

Dua kota satu kekosongan

Dua alamat satu kehilangan

Antara nyiur dan salju

Merentang ketakperdulian tuju

 

Semoga kasih tahu jalan kembali

Pada pintu yang membuka dinihari

Ke mana angin membawa diri

 

Kekasih, semoga kau berdua

Dapat kepenuhan cinta dalam aku tiada

Terpecah dua benua, suatu kelupaan di sisik samudra

 

 

 

 

 

 

 

 

The Tale of Two Continents

 

Eén gevoel – twee soorten dood

Eén liefde – twee soorten trouw

Tussen twee werelddelen in

Wacht het verlangen van een oceaan

 

Twee steden – één leegte

Twee adressen – één gemis

Tussen kokospalmen en sneeuw

Strekt de onthechting zich uit

 

Dat de liefde de weg terug weet

Naar de deur die de dageraad opent

Naar waar de wind mij meevoert

 

Geliefden, ach dat jullie beiden opgaan in liefde

Nu ik er niet ben, gespleten tussen twee continenten

Eén en al vergeten op de schubben van de oceaan

 

Vertaler Kees Snoek

Vorige pagina